
De waarheid over buitenhalogeenverwarmers
Het bijzondere aan halogeenverwarmers is dat ze zich niet druk maken om de lucht op te warmen. Als je ooit een gewone ruimteverwarmer hebt gebruikt op een winderige patio, weet je hoe de wind de warmte al wegneemt voordat deze je bereikt. Halogeenverwarmers zijn anders: ze gebruiken kortegolflengte-infrarode straling. Dat betekent dat de warmte rechtstreeks op je huid en kleding wordt gericht. Het voelt alsof je in de zon staat op een koude oktoberochtend.
Om dit mogelijk te maken, plaatsen we een wolfraamfilament in een buis van hoogzuiver kwarts. De buis wordt vervolgens gevuld met een speciaal halogeengas. Dit gas zorgt er namelijk voor dat het filament niet verdampt, zodat de lamp veel langer meegaat.
De juiste stroomsterkte kiezen
Wat betreft de stroomsterkte en spanning: je kunt hier geen risico’s nemen. Je hebt voldoende stroom nodig om de windkou tegen te gaan. Als de stroomsterkte te laag is, blijf je alleen maar naar een gloeiende buis staan, terwijl je nog steeds rilt.
Je moet de stroomsterkte echter aanpassen aan het lokale elektriciteitsnetwerk – of het nu 110V, 230V of 400V is. Als je dit verkeerd doet, branden je lampen snel uit. Vergeet ook niet dat lampen met een hoge stroomsterkte enorm heet kunnen worden. Wij zorgen ervoor dat de behuizing en bevestigingsonderdelen deze hitte kunnen verdragen, zonder dat ze vervormen of scheuren.
De benodigde onderdelen
Wij gebruiken kwartsglas, omdat dit niet breekt wanneer de temperatuur plotseling stijgt of daalt. Sommige van onze lampen hebben zelfs speciale coatingen om het licht te regelen of om extra bescherming te bieden.
Daarnaast zijn er de verbindingselementen. We gebruiken meestal R7s- of SK15-aansluitingen. Waarom? Omdat dit de standaard in de industrie is. Ze passen goed vast, zodat je je geen zorgen hoeft te maken over elektrische problemen of losse verbindingen.
In de praktijk gebruiken
Het beste aan deze lampen is dat ze direct werken. Je draait een schakelaar om en je bent al warm. Er is geen wachttijd nodig tot de lamp warm is. Je kunt ze ook aansluiten op een thermostaat of een PWM-controller, als je het wat luxueuzer wilt hebben.
Eén tips: onthoud dat de warmte zich in één richting beweegt. Als je de lampen te hoog plaatst, verdwijnt de warmte voordat deze je gasten bereikt. Je moet dus een goede balans vinden tussen de hoogte waarop je de lampen hangt en de stroomsterkte die je gebruikt.
Oh, en geef de lampen ook wat ruimte. Als je de ventilatie blokkeert, kan de hitte te veel opstapelen en kan het glas beschadigen. Houd het dus luchtig, dan werken de lampen goed.